Salo Landau

Samuel (Salo) Landau, geboren op 1 april 1903 te Bochnia (toen Donaurepubliek, nu Polen) als oudste zoon in een gezin met 9 kinderen. In het begin van de Eerste Wereldoorlog (de jeugdige Salo was toen nog geen 12 jaar) was de familie Landau genoodzaakt voor de oprukkende Russen naar Wenen uit te wijken. Hier werd de voedseltoestand al snel zo nijpend, dat de oude Landau besloot zijn zoon naar Joodse vrienden in Rotterdam te zenden. In 1920 werd Salo gevolgd door zijn ouders en naaste familieleden. Het gezin ging wonen aan de Oppert 163b.

Om in zijn onderhoud te voorzien, werd de jonge Landau in 1919 te Antwerpen leerling in het diamantbedrijf. Hier maakte hij kennis met de Censors, bekende Belgische juweliers en schaakspelers. Toen zijn vader zich in Rotterdam een bestaan had verzekerd, keerde Salo in 1922 naar het ouderlijk huis terug. In 1923 werd hij lid van de Nieuwe Rotterdamsche Schaakvereeniging, in welk milieu van sterke spelers hij snel vorderingen maakte. Hij schreef een aantal schaakboeken en maakte samen met een vriend een ‘schaaksleutel’ van een aantal openingen. Zijn speelsterkte neemt rap toe. In 1929 werd hij gedeeld 2e (samen met Weenink) bij het NK achter de ongenaakbare Euwe. Landau scoort 7 uit 9.  In 1931 haalt hij diverse mooie resultaten:

  • gedeeld 1e met Euwe in de ASB-vierkamp
  • gedeeld 1e met Euwe in de zeskamp te Rotterdam
  • 1e in de vierkamp met dubbele ronden te Rotterdam voor 2. Colle, 3. Tartakower en 4. Rubinstein.
  • Landskampioen met NRSV als 1e bordspeler.

⁣⁣⁣⁣Daarna worden de prestaties minder, omdat Landau zich ook (te) veel met bridge bezighoudt. Vanaf het laatste kwartaal van 1934 is hij in Amsterdam woonachtig en komt hij uit voor VAS als 1e bordspeler. Hij woont met vrouw Susanna Landau-van Creveld (6-6-1912, getrouwd op 23-12-1937) en dochter Henriette (28-11-1938) eerst op de Vijzelstraat 98 en vanaf 1941 op Sarphatipark 31 2hg. Het schaken gaat nu ook weer beter. Gedurende enige tijd deelt hij de top van het Nederlands schaken met Max Euwe. In 1936 werd Salo ongeslagen kampioen van Nederland, 7,5 uit 9 (bij afwezigheid van wereldkampioen Euwe), direct daarop gevolgd door een 1e prijs te Nottingham, waar hij vóór Klein in het Major Tournament zegevierde. Later dat jaar in Oostende werd hij achter Lundin en Grob gedeeld 3e met Stahlberg.

In 1938 kan hij zijn NK-titel niet prolongeren; met 6 uit 11 wordt hij 5e. Landau wint in 1939 het NK kandidatentoernooi en hij mag Euwe uitdagen voor een match om het Nederlands kampioenschap. Euwe wint die match in september/oktober ’39 overtuigend met 7½ – 2½. De 10 partijen worden op verschillende plaatsen verspeeld: Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Salo zou geen NK meer spelen hierna vanwege de Tweede Wereldoorlog. Wel speelde hij nog toernooien in Nederland in 1940 (Baarn, Delft, VAS, Rotterdam en Leeuwarden) en 1941 (Groningen).

Op de Olympiade van 1930 in Hamburg speelde hij aan het vierde bord en scoorde hij 6,5 uit 15. In 1937 (Stockholm) aan bord twee achter Euwe, waar hij 9 uit 15 scoorde.  Hij behaalde vele goede toernooiresultaten in Engeland. Zo won hij een paar keer de tweede groep van Hastings en mocht hij in 1938/39 meedoen aan de hoofdgroep. Daar werd hij met Pirc derde achter Euwe en Szabo. Zijn openingsrepertoire was niet heel breed. Tegen 1.e4 speelde hij de Siciliaanse Draak, tegen 1.d4 vaak Aangenomen Damegambiet en zelf speelde hij vrijwel altijd 1.d4. Verder was hij niet alleen actief als speler in de schaaktop. Hij was schaakjournalist, wedstrijdleider, agent voor buitenlandse schakers die in Nederland wilde spelen en simultaangever. Landau was secondant van Aljechin in zijn WK-match tegen Euwe in 1935 en was arbiter van het beroemde AVRO-toernooi in 1938. Dat secondantschap werd door Aljechin beëindigd nadat hij de 24e partij had verloren door een fout die tot een ruzie met Landau leidde. Aljechin schreef in 1941 in een Duitse krant dat het organisatiecomité, dat volgens hem alleen uit joden bestond, “…hem de jood Landau had opgedrongen”.

In de zomer van 1942 maakt Landau plannen om naar Zwitserland te vluchten. Begin september meent hij met betrouwbare mensen in contact te zijn gekomen, die hem met zijn vrouw tegen betaling over de grens zouden leiden. In België zouden dan leden van een organisatie hen verder helpen. De hele maand september werden de voorbereidingen getroffen; zijn kind liet hij onderduiken. Alles wat draagbaar was van de inboedel: boeken, tafelzilver, kleedjes, medailles, schoonheidsprijzen, vazen, serviesgoed, alles verhuisde naar vrienden en kennissen. Geen glas bleef achter, toen op 28 september de sprong gewaagd werd, samen met clubgenoot Benjamin Frank. Bij het verlaten van het station te Breda werd Salo met zijn vrouw aangehouden, evenals Benjamin. Salo en Benjamin worden eerst naar Kamp Amersfoort gebracht en komen op 7 november 1942 in Westerbork aan. Drie dagen later gaat Benjamin op transport naar Auschwitz waar hij op 28 november 1942 wordt vermoord. 

Susanna gaat rechtstreeks naar Westerbork, waar zij op 13 oktober 1942 aankomt. Zij vertelde het onderduikadres van hun dochtertje, om hiermee een bevoorrechte plaats op de Stammliste te krijgen, waardoor deportatie uitgesteld en misschien zelfs afgesteld kon worden. Hun dochtertje werd in november opgepakt op het onderduikadres en kwam in de crèche bij de Hollandse Schouwburg terecht. Daaruit werd ze gered, en via het huis van Max Euwe ging ze naar haar tweede onderduikadres. Daar werd ze anderhalf jaar later verraden. Ze werd op 11 februari 1944 in Westerbork afgeleverd. Susanna was nog in Westerbork; moeder en dochter werden op 4 september 1944 naar Theresienstadt gedeporteerd. Vandaar gingen ze op 12 oktober 1944 naar Auschwitz, waar ze twee dagen later direct na aankomst werden vergast.

Holocaust Memorial, Amsterdam

Salo vertrok vanuit Westerbork op 9 november 1942 en komt in het Poolse werkkamp Kommando Gräditz terecht, in de buurt van zijn geboorteplaats Bochnia. Gräditz is een dorp in Neder-Silezië. In 1941 werd hier een werkkamp opgericht van Organization Schmelt, waar Joodse gevangenen werden ingezet voor bodemverbetering, voor bedrijven en voor de bouw van barakken. Er werd vooral honger geleden in dit kamp, omdat 100 mensen van het karige rantsoen dat voor 40 mensen bedoeld was moesten leven. Hier bezwijkt Salo in maart 1943 aan uitputting. Zijn exacte sterfdatum is onbekend.


Bronnen: Partij verloren… Gedenkboek ter herinnering aan de schakers in Nederland, die tijdens de bezetting zijn omgekomen. (Eggink & Schelfhout) | Joods Monument | Oorlogsbronnen | Joods Erfgoed Rotterdam | Wikipedia

Terug naar overzichtspagina

Er worden diverse bronnen gebruikt bij het opstellen van de artikelen over de 36, zoals de cartotheek en het boek ‘Partij Verloren’. Indien er aanvullingen of correcties op de betreffende artikelen zijn, neem dan contact met mij op via lode.broekman@gmail.com.